Een zeldzaam mens

In de jonge jaren vijftig ontmoet ik hem. Frans Mettes. Al snel: Pa. Via oudste zoon Peter, mijn schoolvriend, kom ik over de vloer. 'Schoenen uit!' klinkt het altoos. Ma beschermt het parket. We zitten, liggen, praten. Zien prille tv. Toneelstukken - zwermen. Zwart/wit, Vlaamse tongval, blauwig licht, half duister.

Pa trekt z'n spoor. Als illustrator, tekenaar. Boeken, van binnen en buiten, kalenders, 'overig' drukwerk. En filmplakkaten bij honderden. Eind jaren veertig schiet hij in zijn element. Waarlijk, waarachtig, begenadigd affichist.

Nóg zie ik het hangen: het biljet voor Eden. Bij de Berlagebrug. Vanachter iets groens kijkt een man je aan. Doordringend. Eén oog voldoet, shawltje kleedt af. Onder de kennelijke snor nonchaleert een sigaret in werking. Eden op de lip. Het gezicht maakt deel uit van de naam, gaat over in het merk. Simpeler kan het haast niet. Toch spat het je toe.

Boven is de werkplaats. Daar vliegen ideeën om oren. Daar stapelt zich de ene verrassing op de andere. Daar schetst Pa de schetsjes. Een affiche meet 84 bij 118 centimeter. Best groot, zo'n vel. Maar niet op straat, niet in het straatbeeld. Dus begint alles in het klein. Elk schetsje wordt meters, meters ver weg gezet, waarna de keuring start. Wat blijft er over, op afstand? Is er voldoende stopkracht? Staat er te veel op? Of juist te weinig? Maakt de boodschap een kans? Maakt het ding zich los? Onderscheidt het zich? Is het helder? Een checklist is er niet. Alles gaat intuïtief.

Ooggetuige, bij een presentatie aan grote klant British American Tobacco: 'Men zit. Het woord is aan Mettes, het beeld is aan Mettes. Maar. Waar blijft het ontwerp? Frans, waar is je voorstel? Frans loopt naar het raam en wijst. Dáár. Aan de overkant. Op straat. Op straat! Instemming. Hij haalt het op, neemt het mee en voert het uit'.

Andere tijden. Simpeler tijden. Bedrijven kennen bijkans geen lagen, lemen lagen. Er wordt minder en anders vergaderd. De top is geïnteresseerd en benaderbaar. De reclamechef, indien aanwezig, stuurt aan en wordt gewaardeerd. Marketing woont nog niet in Van Dale. Mettes beweegt zich vrijelijk, goedlachs, volmaakt op zijn gemak, door deze contreien. Deels samen met reclamebureau Smit's, op het Amsterdamse Leidseplein. En niet zelden solo, op eigen doft. Zo geeft hij minstens zestig affiches voor Hartevelt gestalte. Toen nog geen eigendom van Bols. Eén keer per jaar presenteert hij zijn ontwerpen. Aan de directie. Dat gaat vrijwel altijd goed. 'Dan vragen ze steevast of ik nog iets mee wil nemen om te drinken of zo en dan ga ik weer naar huis'.

Ik kan dat huis geblinddoekt vinden, ten tijde. Eendrachtstraat 14, twee hoog. Amsterdam - zuid.

Onwaarschijnlijk veel rookwaren. Sigaretten als: Belinda, Chief Whip (op ieders lip), Dubec (Egyptisch, geurig, gezond), genoemde Eden, Gladstone, Lucky Strike, Mantano, North State, OK (is oké), Sketch. Alsook: Ibis shag en Mascotte vloei. En sigaren: Hofnar, Ritmeester, Willem II. Het is geen sinecure ze een eigen leven te laten leiden, maar het lukt Frans wel. Ook omdat logo's en verpakkingen een duidelijke rol blijven spelen. Méér genotmiddelen? Dranken. Onschuldige als het sap Zap en mijn favoriete Jaffa's (om te zoenen, sinaasappels uit het Heilige Land). En sterkere: eenmalig Bols (Silver Top dry gin), grootschalig Hartevelt, regelmatig Heineken. Soms concurrenten als Drie Hoefijzers en ZHB. Daar wordt niet moeilijk over gedaan. Dan.

Het liefst werkt Frans voor merken, producten. Commerciële affiches, die afzet bevorderen. Of daar in elk geval een poging toe doen. Herkenbaarheid, rechtlijnigheid, vasthoudendheid zijn bondgenoten. In gezelschap van een flinke dosis humor en een aangeboren gevoel voor mensen, doelmensen. Auping, Boldoot, Droste, Expo 58, de Holland Amerika Lijn, de RAI sluiten zich aan. Ambre Solaire valt niet van mijn netvlies te bránden. Nog steeds niet. Het zonnetje dat zichzelf besprenkelt. Met eigen olie.

Minder commercieel misschien, doch zekerlijk wervend: Onverdeeld naar de openbare school. Vaderlands gekleurd raakt het de toekomst van velen.

Pa raakt ook mijn toekomst. Hij is één van de twee mannen die mij, jongeling, in de armen van de reclame duwen, drijven. Door persoonlijkheid, voorbeeld, werk, verhalen, enthousiasme. Ik ben hem er levenslang dankbaar voor.

Mettes weet wat hij wil, weet wat hij doet. Boven, in de werkplaats (we zouden dat nu de studio noemen) vertelt hij, legt hij uit. Een inspirerender docent kun je je niet wensen. Bovendien sta je met je neus in de dag van vandaag, in het werk van vandaag. Somtijds heeft de opdrachtgever het ontwerp nog niet eens onder ogen gehad. Hartverwarmend is de lichtheid, het plezier. Hartevelt jonge op de step, de smiley avant la lettre van Ibis, de pretoogjes van de bokbierbok, de drie mannetjes van Mascotte, het gezichtje bij Sketch. Vaste lijn, niet te dik, wit op zwart die zich telkens laat kneden tot snedige, speelse varianten.

Vrijdag 30 november 1984 verblijf ik, voor een mini retraite, op het maaneiland Lanzarote. Het is de dag waarop Pa sterft. Tegennatuurlijk rustig. Kort daarna zie ik, onwetend nog, acht regenbogen boven de zee van lava. Zoiets verzin je niet.

Hoe typeer ik hem, aansluitend, in Adformatie? Op de zesde december?

'In alle opzichten open, de confrontatie niet schuwend, geen blad voor de mond nemend, direct, dichtbij, expressief, indringend, opvallend en vol humor; met bravoure, kwetsbaar. Als affichist wat makkelijker, charmanter dan als mens. Als mens is hij ruwer, blanker, boeiender en nóg betekenisvoller. Tot op het laatst blijft hij wie hij is, echt, observerend, becommentariërend, werkend, levend, geen genoegen nemend met vakmatige en menselijke verwatering.'

Frans Mettes wordt op 18 maart 1909 geboren. Die datum staat lang in mijn geheugen gegrift, verhuist vervolgens naar de verjaardagskalender en verdwijnt tenslotte in mijn vergetelheid. Mensen gaan vaak onzorgvuldig met hun schatten om.

Goed dat dit boek er nu is.