|
Afgang 9
Ik kom hem tegen op de vijftiende verjaardag van het Cobra Museum.
Te Amstelveen. Guus Pastijn. Aardige man, bespraakt, adviseur. In
media, marketing en management. We wisselen kaartjes uit en ik
bezoek z'n website. Meteen, diezelfde avond, 8 november 2010.
(Onnodig Engels, dunkt me, doch zulks is een hoofdstuk apart.) Je kunt je nog opgeven, lees ik.
Voor leerzame bijeenkomsten - op donderdag 30 september 2010 en dinsdag 19 oktober 2010. Jongstleden.
Laatstleden. Toen. Gebeurt vaker, het bijhouden van een website is een vak apart. Ik stuur Guus een
mail om hem op de achterstalligheid te attenderen. Geen reactie. Ook niet op de site, een poosje later.
Ik stuur weer een mail. Idem dito.

En dan volgt de domper.
Op 14 januari 2011 is er nog altijd niets veranderd. En kun je
je nog steeds aanmelden voor vervlogen tijden. Ik heb niet
het gevoel dat zoiets bijdraagt aan een imago...

Afgang 8

Ik lees er over in de Volkskrant en koop het boek. De WIFI-generatie.
Door Liesbeth Hop en Bamber Delver. Over onze jongeren, vanaf een jaar of tien, die altijd en overal
on line zijn. Dankzij mobiele
telefoontjes die alles kunnen. Van chatten en gamen tot kijken naar
films, tv, uitzending gemist, digi kanalen, YouTube. Van het maken van profielpagina's
(Hyves, Facebook) tot spieken, tweeten, pokeren en pesten. Met dit verschijnsel, dat zijn
climax nog lang niet heeft bereikt, heeft vrijwel iedereen van doen. Ouders in hoge mate.
Omdat hun kinderen, de gebruikers, volstrekt oncontroleerbaar zijn
geworden. Naar tijd, plaats, inhoud. En daarmee ook kwetsbaar. Voor feiten, meningen,
nieuws, gedrag, verleidingen waarop ze nog geen weerwoord (kunnen) hebben. Doch ook
scholen, bibliotheken, mediatheken, de overheid in diverse gedaanten, het bedrijfsleven
en de allesoverspoelende media zijn ten nauwste betrokken. Dan wel behoren zulks te zijn.

Sinds het vierjarig dochtertje van vrienden dwingend uitriep: ' Pap,
waar is mijn Facebook?' interesseert het onderwerp me mateloos.
En zo verheug ik me op elke pagina die het boek telt (162 + enkele blanco's).

En dan volgt de domper.
Er zijn misschien twintig bladzijden die boeien. Die enig inzicht bieden en versterken.
De rest is een voortdurende herhaling van zetten, soms letterlijk, zinnen lang.
Daarbij: een evangeliserend toontje, een
overvloed aan uitroeptekens, een misplaatste vorm van quasi
personificatie (overheid, u moet eigenlijk - ouders, u doet er goed aan)
en een waarlijk
abominabel Nederlands. Zelden heeft me
dat zo gestoken. Het is dat er een behoorlijke portie Calvijn in me
schuilt en dat ik het boek per se wil uitlezen - anders zou ik het
halverwege hebben weggegooid. Maar het ergste komt nog. Het
boek (in wezen een uit de krachten gegroeide brochure) is een
schaamteloze zelfpromotie.
Via bloedstollende tips (organiseer
eens een mediaweek), het voortdurend hameren op Nationale
Media Coaches (waartoe men zelf opleidt), het telkens aanbevelen
van ouderavonden (die men zelf organiseert), het verwijzen naar
websites (waar men zelf achter zit). En meer.
Nee, een ISBN nummer geef ik niet door. Links evenmin.

Afgang 7
In de Volkskrant lees ik een enthousiast artikel over de
jongste dierentuin in ons land: Gaiapark in Kerkrade. Dat is
niet naast mijn deur, doch desondanks stijgt de adrenaline.
Ongetwijfeld omdat ik jarenlang voor het Noorderdierenpark
heb gewerkt, met onmetelijk plezier, doch evenzeer gezien
de aard van Gaiapark.

Gaiapark - vernoemd naar de Griekse godin van de Aarde -
heeft een duidelijk ideële doelstelling. Er worden tientallen
soorten dieren opgevangen die hulp behoeven. Zo komen
de slingerapen uit Frans-Guyana, alwaar ze als huisdieren
aan kettingen worden geketend. Voorts is het werelddelen
principe toegepast met zo natuurlijk mogelijke biotopen en
vallen er ook exotische bomen en planten te zien. Waaronder
de wurgvijg.

Ja, denk ik, onverwijld. Op naar de website.

En dan volgt de domper.
De site oogt van voor de jaartelling. Het stramien snoert in als
een corset. De onnodig grote achterwand is van verstard, treurig bruin.
Tekst domineert. Onvriendelijk van lay-out, zonder
accenten en tussenkoppen. Omgaan met beeld is niet de sterkste
kant. Van bouwers en CMS'ers. Goed. Dat kom je vaker tegen,
in webstekland. Wat me het meest verdriet? Je proeft de ziel
van Gaia niet. Dertien in een dozijn, geen enkele emotie. Op
z'n best een portie dorre info. Geen spat gevoel.
Mijn vingers jeuken.

Afgang 6


Jan Kees Kokke schrijft een soepel verhaal. In FD Persoonlijk
van 7 februari '09. Over het nieuwe Porsche Museum in
Stuttgart, ontworpen door de Weense architect Roman Delugan.
Het zweeft zestig meter boven de aarde als een stralende witte
monoliet, het is 140 meter lang en 70 meter breed, het weegt
350.000 ton en wordt gedragen door drie steunen van staalbeton.
Toe maar. Bovendien herbergt het een unieke verzameling auto's, vanaf het studiemodel uit 1934. Nu ben ik absoluut geen
liefhebber van auto's, maar de combi met een hoogst bijzonder
bouwwerk intrigeert me zeer.
Dus ga ik naar de webstek:

En dan volgt de domper.
Eerst moet je kiezen. Ik klik, via Europa, op eigen land. Mis.
Het museum ontbreekt daar volkomen. Dan maar naar Duitsland. Daar valt het lastig te vinden. Het beweegt zich in de kolom Das Unternehmen. Nou beweegt? Er is een filmpje, ja, goeddeels in
zwart/wit. Over de oude modellen. Voor het overige heeft de site
de snelheid van een hondekar op blokken. En de navigatie is prehistorisch. Beeld is zeldzaam. De teksten (een soort persberichten) zijn loodzwaar op de hand. Nergens straalt ook
maar een vleugje vreugde, trots, enthousiasme. Nu is het
museum pas open sinds 31 januari '09, doch toch. Ik vermoed
dat de stramme kaders van de wereldomvattende site niet bepaald
meewerken aan iets aantrekkelijks. Maar maak dan een aparte
themasite, een verhalende, een narratieve, een beeldende, een
verbeeldende. Danke schön.

Afgang 5
Ik krijg een kaart. Waarom weet ik niet, maar ik lees aandachtig.
Mevrouw Betty Poutsma, wethouder programma Hoogeveen
Zorgt, nodigt me uit. Voor de onthulling van 'Memento mori', een
geschreven boom. Een kunstwerk, op de begraafplaats Zevenberg,
aan de Fluitenbergseweg in Fluitenberg. Alsook voor enkele
toespraken in het raadhuis, een presentatie door de architect en
een borrel plus hapje. Alvorens je toehapt wil je toch wel wat
meer weten, dunkt me. Wie is de kunstenaar? Wie is de architect,
hoe kom ik er en meer? Van een adres, een e-adres of een website geen spoor.
Ik Google en kom terecht bij Hoogeveen. Met een hoofdletter H. Naar analogie van Kunst.
Met een grote K. Zegt men zelf. De site is in ambitieuze ontwikkeling en dus word
ik doorverwezen. Ik ben braaf. Ditmaal.

En dan volgt de domper.
Men begint met nieuws, doch meldt niets over Zevenfluitenberg.
Niets. Wel staat, te linker zijde, de link Begraafplaatsenbeleid. Als
eerste, fier bovenaan. Ik zou er niet op klikken...Om het daar maar bij te laten.
Daags later arriveert een brief van mevrouw Poutsma. Waarin ze
meldt dat het kunstwerk van de hand is van Albert Geertjes. En
dat het wordt aangeboden door de 150-jarige firma PET, ter stede.
Nu gaat er een licht op. Ik ken Albert al heel lang. Hij heeft me op
de verzendlijst geplaatst. Hetgeen niets toe of afdoet aan mijn
oordeel over de website.

Afgang 4

Je schreeuwt het uit. Heel de natie moet het weten. Je bent het
grootste India festival ooit in Nederland! Je geeft een fors
programmablad uit, in volle kleur. Je plaatst advertenties bij de
vleet, in volle kleur. Je boogt op een unieke samenwerking.
Tussen 27 culturele instellingen. Van Arcam en Carré tot
Concertgebouw, Foam, Filmmuseum, Tropentheater. Je
concentreert je op een spannend land. Eeuwenoude cultuur,
opkomende wereldmacht. Je kiest een behapbare periode:
12 tot en met 30 november '08. In Amsterdam
En je maakt een inspirerende website aan:
Ik kijk subiet.

En dan volgt de domper.
De site is de sufheid zelfde. Geen emotie, geen beweging, geen
muziek. Het spoorboekje is nog opwindender.
Inmiddels beweegt er wel iets. Een YouTubeje. Over de Amsterdamse grachten
rijdt een lelijk beschilderd busje, waaruit reclame ontsnapt...Toe maar, toe maar.

Afgang 4a

Toch wel wakker gemaakt valt ook India Contemporary me op.
De Volkskrant, niet scheutig met aandacht voor beeldende kunst en
zekerlijk niet bij voorbaat welwillend, besteedt er twee pagina's aan.
Jowi Schmitz schrijft aanstekelijk en vier beelden ondersteunen. Klikken
dus, naar
de Haagse thuisbasis.

Colidonthus 2007 door Jitish Kallat

En dan volgt de domper.
Hoe is het toch in vredesnaam mogelijk dat een spraakmakende
tentoonstellingslocatie er zo'n armoedige, ongeïnspireerde, niet
enthousiasmerende site op nahoudt? Gekooid, zonder beeld, zonder woord, zonder ziel...

Afgang 3

Porsche Design brengt een fonkelnieuwe mannenlijn op de
markt. En adverteert fier. Met de haar- en huidshampoo. In
lichtblauw glas. Daarnaast is er een zwarte deodorant. Alsook,
als vlaggenschip, een zwartmetalen eau de toilette. Beeldschoon.
En voortreffelijk geurend. Blijkt alras, in winkel en badkamer.
Waarop je
aanklikt. Toch een tikkeltje trots. Op de rappe en geslaagde aankoop.

En dan volgt de domper.
Er staat niets over op die site, helegaar niets.
Later staat er wel iets op, maar weinig informatief en nogal
omslachtig. Nog weer later is het prachtig en afdoende.

Afgang 2

Per 15 september '08 bestaat, te Amsterdam, de Duisenberg
School of Finance (DSF). Een beoogd topinstituut, met in den
aanvang ruim dertig studenten uit de hele wereld. Die betalen
€ 20.000,- per persoon. Per jaar, neem ik aan. De school is een
samenwerkingsverband tussen drie universiteiten (UvA, VU,
Erasmus), het Tinbergen Instituut, enige financiële bedrijven en
De Nederlandsche Bank. Het opleidingscentrum moet bijdragen
aan de reputatie van Amsterdam als financieel centrum en dient
het op te nemen tegen gevestigde collega's als de Wharton School
in de Verenigde Staten en de London School of Economics.
Alsook tegen het, een fractie oudere, European Banking Center
(EBC) van... de Universiteit van Tilburg. Niks Harvard aan de
Amstel. Het Wilhelminakanaal moet ook op de wereldkaart.
Nederland kneuterland.
Goed. Je zou zo denken dat een jong en ambitieus instituut, dat
in ferme concurrentie is verwikkeld, er alles aan zou doen een
uitmuntende, zich onderscheidende, attractieve, spannende
website neer te zetten. Temeer omdat potentiële studerenden,
niet tot de oudere garde behoren.

En dan volgt de domper.
De site is de braafheid, de saaiheid zelve. Klik maar niet.

Afgang 1
Fons Asselbergs is een autoriteit. Een kenner bij uitstek van
monumenten. En de vaak schrijnende situatie waarin die zich
bevinden. Niet voor niets voert hij jarenlang de Rijksdienst voor
de Monumentenzorg aan. En is hij daarna (en thans scheidend)
Rijksadviseur voor het Cultureel Erfgoed. In die hoedanigheid
legt hij een lacune bloot. Niemand in NL kent onze leegstand.
Asselbergs en de zijnen inventariseren. En stellen De Oude
Kaart van Nederland samen. De tegenvoeter van de nieuwe
kaart die vrijwel alle nieuwbouwplannen omvat. Waaronder de
vele, vele overbodige. Omdat er kamerbreed de mooiste, de
meest interessante, de meest inspirerende lege gebouwen en
complexen voorhanden zijn (en komen). Waardoor veel weiden
(en veel weidevogels) kunnen worden gespaard. Kerken, bij
honderden, kloosters, torens, fabrieken, noem het maar.
Niet alles leent zich voor behoud en hergebruik, doch toch.
En Dan Is Er Een Website:
NRC/Handelsblad doet bloemrijk verslag. De Volkskrant brengt
het nieuws 'op de een' en vervolgt omvangrijk, op pagina 4.
Nou denk je, ik wil wel eens zien waarom het draait.

En dan volgt de domper.
De site is zo saai als ik weet niet wat. En valt van het ene ambtelijke
stuk in het andere. Beeld is er nauwelijks. Het kan ook niet worden
overgenomen. Stel je voor dat iemand enthousiast wordt... Er is de
Google kaart, inderdaad, vol objecten. De traagheid zelve.
En in zulke algemene termen dat er geen vonkje overspringt.
Nou dan niet. Dan gaan de rapporten maar de kast in.
26 juni 2008
|